zondag 1 januari 2012

Seizoensgebonden Winterverleiding hst 10

Het is de laatste dag van het oude jaar, Murk wordt wakker uit een vreselijke nachtmerrie waarin ma Hemelsoet de hoofdrol speelde.
Steeds als Murk een kamer binnen kwam had ma een enorme puinhoop veroorzaakt en zich daarna vliegensvlug uit de voeten gemaakt.
Als hij dan klaar was met opruimen had zij ondertussen elders haar slag geslagen, aan het eind van de droom zag ze zelfs kans in de tuin een lek in de waterleiding te veroorzaken.
Murk neemt een douche, ontbijt en luistert naar het laatste nieuws van het jaar.
In België is er weer eens een nieuw kabinet geformeerd, dit maal onder de leiding van een dichter, het is een overgangsregering in afwachting van de aansluiting bij Gedogia.
De stadhouder van Fryslân kondigt aan dat er binnenkort opnieuw een groot evenement gehouden zal worden in zijn provincie.
'Na Simmer 2000 is het weer de hoogste tijd voor een grote internationale manifestatie, deze zal deze zomer worden gehouden.'
'We hebben gekozen voor de naam Made in Friesland, zodat iedereen, ook de Friezen die in het buitenland wonen en de taal wellicht niet meer beheersen kunnen snappen waar het om gaat.'
Na het nieuws volgt er een interview met de journaliste en publiciste Joyce Roodnat, ze vertelt dat ze anders is gaan schrijven sinds ze lange wandelingen maakt.
Volgens wetenschappers zijn nieuwe activiteiten die mensen ontplooien al binnen zes weken met MRI-apparatuur zichtbaar in de hersenen.
Murk vraagt zich af of zijn hersens andere patronen te zien geven nu hij niet meer de hele dag aan drugs denkt.
Volgens zijn gevoel moet dit wel het geval zijn, hij denkt tegenwoordig nog maar een paar keer per dag aan het gebruik van drogerende middelen.
Murk brengt de Silvesteravond samen met ma op de bank door, maar hij verveelt zich stierlijk.
Hij zou liever in ander gezelschap verkeren, bij voorkeur jong en van het vrouwelijke geslacht.
Iemand waarmee hij ook over hetgeen hij schrijft kan praten, die hem stimuleert en op ideeën brengt als hij vastzit, die hem bij de les houdt als hij de draad kwijt raakt of af remt als hij doorschiet.
Schrijven is leuk, maar de eenzaamheid waarin het geschiedt gaat wel ten koste van je liefdesleven.
Ach, het kan altijd nog erger, Murk mist een vriendin, maar je kan ook jezelf kwijt zijn zoals ma Hemelsoet.
Moeder is al uren naar bed als de oudejaarsconference van Youp van 't Hek begint.
De komiek vertelt over een ontmoeting met een verkoper van de daklozenkrant voor de JanCampert aan de MennoterBraakweg waar Murk ook wel eens bier koopt.
Murk woonde vroeger bij van het Hek om de hoek, ze frequenteerden dezelfde groenteman.
Youp verscheen daar meestal met een behoorlijke kater, maar was ondanks dat altijd humoristisch, hij is een typische hangovercomedian.
Youp vertelt in zijn conferences vaak dat hij geld aan behoeftige mensen geeft, dat is in werkelijkheid ook zo, hij heeft Murk ook wel eens geld gegeven om een biertje te kopen.
Murk wacht het nieuwe jaar niet af, maar gaat meteen na afloop van de show van Youp naar bed, alle knallende kurken en vuurpijlen zijn aan hem niet besteed.

Het jaar komt door de koude start traag op gang, het is de koudste dag van het jaar tot nu toe.
Het afgelopen jaar was een jaar waarin alles mogelijk was, wellicht wordt het wel weer zo`n jaar.
Op het bankje voor de Vondelkerk zitten twee dikke mannen, het zijn Arie Schutijzer en Willie Suijkerbuik, beiden werkzaam bij de gemeentepolitie van de hoofdstad van Gedogia.
Eerstgenoemde is al jaren hoofdagent, de tweede hoopt dat ooit nog te worden.
Ze hebben een redelijk rustige nacht achter de rug, de verwachting is dat het laatste uurtje van hun dienst net zo verloopt.
‘Nou de nacht van de lege flessen zit er weer op’ zegt Arie, wijzend op de grote hoeveelheid glaswerk dat op de gracht is achtergebleven, ‘er waren er weer heel veel blauw op straat.'
‘Ja, het was weer thirst-day of misschien zou je het beter zatterdag kunnen noemen bromt Willie.
‘Het viel dit jaar toch eigenlijk wel mee, er hoefde gelukkig geen “staakt het vieren” te worden afgekondigd.'
De politiefunctionarissen hebben deze nacht nauwelijks problemen gehad die ze niet zelf konden oplossen.
Zo was er een akkefietje met een agressieve man die zijn kerstboom stond af te tuigen en daarnaast hebben ze een vermeend geval van majesteitsschennis geconstateerd waarbij ze het over de afhandeling niet eens konden worden.
‘Hij had het over de kou, hij zei dat de vorst matig was.'
‘Nou de hulp-Procureur des Konings op het plein zoekt het wel uit, wij hebben ons werk gedaan.'
Arie en Willie hebben de verdachte van belediging van de toekomstige koning Willem IV op het ConstantijnHuygensplein afgeleverd, daar wordt de eerste schifting onder de relschoppers en andere verdachten van niet te tolereren zaken gemaakt.
Het snelrecht is uitgelopen op een waar volksvermaak, er staan drommen mensen te kijken naar een groepje verdachten die op een afgezet stuk van het plein geboeid zitten te wachten tot over hun lot wordt beslist.
‘Er heeft dit jaar tenminste niemand over m´n schoenen gekotst’ stelt Willie opgetogen vast, ‘terwijl er toch genoeg mensen op straat waren die behoorlijk blauw waren.'
‘Ze durfden niet, je hebt ze behoorlijk ingepeperd dat ze zoet moesten zijn en dat ze het zouden bezuren als ze niet zouden opzouten.'
Arie grijpt naar zijn binnenzak en haalt er een flinke zakflacon uit, schroeft hem open en neemt een stevige slok.
‘Je zou toch stoppen met drinken’ kapittelt zijn ambtsbroeder hem,’stel je voor dat iemand het ziet.'
‘Ik vind dat ik het wel verdiend heb’ pruttelt Arie, ‘en er loopt op dit moment toch niemand meer op straat.'
‘Volgens mij heb je een drankprobleem’ moppert Willie, ‘en zit je nog in de ontkenningsfase’.
‘Nee hoor!’ protesteert Arie, ‘en trouwens jij drinkt meer dan ik.'
‘Thuis ja, en alleen buiten dienst, ik heb thuis een fles beëlzebubbeltjesdrank koud gestald, die drink ik vanavond gezellig met Hermien op.'
Ik zal in ieder geval nooit met mijn problemen naar een psychiater gaan’ knort Arie.
‘Nee stel je voor dat ie je vraagt of je erover wil praten, je zou de uitdaging aannemen en dan kan die man met pensioen tegen de tijd dat je uit geluld bent.'
Arie besluit zich niets van de jij-bak aan te trekken en vertelt een voorval dat hij onlangs van zijn schoondochter heeft gehoord.
‘Ze liep met m'n driejarige kleinzoon een slijterij binnen, bij de flessen jenever begon die kleine aap ineens te wijzen en riep heel hard: OPA!'
Willie lacht hard, eigent zich de fles die naast hem staat toe en neemt ook een majeure slok.
Arie fronst zijn wenkbrauwen en begint een anekdote te vertellen die hij pas op het bureau gehoord heeft.
‘Er was een man die een bezoek van de deurwaarder verwachtte, om te voorkomen dat er beslag op zijn spulletjes werd gelegd heeft hij zijn huisnummerbordje met dat van de buren die op vakantie waren verwisseld.'
Toen die terugkwamen troffen ze het huis leeg aan, het heeft ze een week gekost voor ze alles terughadden.'
Willie vertelt hoe zijn zoontje het jaarlijkse schoolreisje gemist heeft.
‘Hij had zich vlak voor het vertrek onder een schoolbank verstopt, ze vertrokken zonder hem omdat ze hem niet konden vinden.'
Door de drankinname ontstaat er een jolige stemming op het bankje, Willie weet een melig raadseltje.
‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet.'
Arie speelt mee: ‘wat zie je dan?’
‘Een grote grote wallevis’ schettert Willie hij springt op en wijst in de richting van de gracht, ‘oh nee, het is Erica Terpstra!’
‘Die is toch juist veertig kilo afgevallen? ‘proest Arie, ‘ze zit nu weer goed in haar vel, het zit alleen een beetje ruim.'
‘Heb jij geen goede voornemens? , informeert Willie, ‘jij mag ook wel wat afvallen, dik zijn is tegenwoordig not done.
Arie klopt op zijn buik:’dit sixpack komt van dat sixpack biertjes dat ik per dag drink’.
‘Wie weet wat weightwatchers wegen’ allitereert Willie, Arie’s wenkbrauwen proberen elk een andere hoek van zijn voorhoofd te bereiken.
‘Ach ik heb een poëtische bui’, verontschuldigd Willie zich, ‘die gaat wel weer over, ik trek wel weer bij.'
Arie doet zijn best om de conversatie weer op het niveau te brengen dat het even daarvoor had door een platte anekdote te vertellen.
‘Er was een man die naar een bordeel ging en zich daar ineens realiseerde dat hij die dag net vijf jaar met zijn vriendin samenwoonde.'
‘Het was te laat om nog een cadeautje te kopen, dat loste hij op door een tegeltje met een Latijnse spreuk mee te jatten uit die hoerenkast.'
‘Hij was alleen even vergeten dat zijn vriendin op het gymnasium had gezeten, zij kon “wilt u uw geslachtsdeel niet aan de gordijnen afvegen” wel vertalen.'
Willie lacht meesmuilend, Arie smuilt mee en begint over de financiële situatie bij de politie.
‘Die rijke luizen zeiken allemaal over hun verloren rijkdom, maar dat is maar centensentiment, ze moeten eens proberen van ons salaris rond te komen.'
‘Als je vrouw een keer gaat shoppen is het al half op’ stemt Willie in, ‘ze zeggen dat de vrouw uit een van Adam’s ribben geschapen is, maar ze kosten je constant een rib uit je lijf.'
‘Ik zou wel eens op safari willen’ droomt Arie hardop,’om het wild in het wild te zien.'
‘Als er dan maar genoeg gnoes voorhanden zijn’ lacht Willie’ jij bent nogal schietgraag.'
Het gesprek dwaalt af naar het misdadige programma van Peter R. de Vries.
‘Peter errrrg hè de Vries heeft die Joran wel weer mooi te pakken gekregen’ tekent Willie aan, ‘alleen kan justitie er niets mee doen.'
‘Hij blijft zich misdragen’ onderschrijft Arie, ‘eens een recidivist altijd een recidivist.'
Er begint een vogel te fluiten, Arie pakt zijn dienstwapen, richt het op de vogel en begint te zingen.
‘Vogeltje wat zing je vroeg, is de dag niet lang genoeg, pang pang dat was wel weer lang genoeg.'
Willie trekt de arm van zijn partner naar beneden en kijkt geschrokken om zich heen.
‘Doe dat nou niet Arie, daar krijgen we last mee.'
Op dat moment loopt Karel Nooitgedacht langs, hij heeft de agenten niet in de gaten en gaat tegen een boom staan plassen.
Arie wil opstaan en zijn gezag laten gelden,‘is ie nou helemaal bezwaffeld?'
Willie is bang voor een escalatie en houdt zijn collega tegen.
‘Laat nou maar Arie, er wordt hier zoveel tegen bomen gepist, het is een wonder dat ze niet beginnen te lallen.'
‘Ach ja’ geeft Arie toe en neemt nog een slok, en ik ben ook maar een man, ik kan maar een ding tegelijk en ik ben nu even aan het drinken.'
‘Het is een van die gasten die hier altijd op het bankje zitten’ brengt Willie te berde, ‘die pakken we later nog wel eens.'
‘Die lui hebben een leven van eeuwig durende bijstand, ze zitten de hele dag maar te zuipen en CO2 uit te stoten, heel milieuonvriendelijk.'
Willie staat op en wil Arie overeind trekken om hem naar huis te begeleiden, hun dienst zit erop.
Arie heeft genoeg van de nacht en kotst over de schoenen van Willie. 


Meer fragmenten uit Seizoensgebonden vindt u hier


 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen