dinsdag 31 januari 2012

Fragment Seizoensgebonden Winterverleiding hst 14 II

Murk zit zich nog steeds af te vragen waarom er steeds nieuwe writersblockades op zijn literaire weg opduiken als de bel van de voordeur gaat.
Het is de jonge vrouw van de thuiszorg die ma Hemelsoet komt helpen bij het douchen.
Het lukt haar deze keer zowaar om moeder over te halen de hulp te accepteren.

Als ma weer schoon en aangekleed in de huiskamer zit is het tijd voor het middagmaal.
Moeder deelt mee dat ze echt niet in staat is om te iets eten.
De verzorgster denkt dat het wellicht te wijten is aan het nieuwe gebit dat ma Hemelsoet de vorige dag aangemeten heeft gekregen.
'Misschien komt het omdat ze nog niet helemaal is gewend aan haar nieuwe tanden.'
Murk haalt zijn schouders op.
'De prothese paste gisteren goed en ze heeft 's avond geen problemen met eten gegeven.'
De thuiszorgster vraagt ma Hemelsoet haar tanden te laten zien, maar moeder houdt haar kaken stevig op elkaar.
Murk herinnert zich dat de tandprothesist heeft gezegd dat moeder als zij pijn mocht ondervinden haar oude gebit nog wel tijdelijk zou kunnen gebruiken en gaat op zoek.
De vorige avond lag het stel afgedankte valse tanden nog op de tafel naast de fruitschaal maar blijkt nu verdwenen te zijn.
Ma hemelsoet heeft het vertrouwen in de speur-capaciteiten van haar zoon al tijden verloren, als Murk op het punt staat de kamer te verlaten springt ze op om hem in de richting van haar slaapkamer te gaan volgen.
De thuishulp die ma Hemelsoet eerder met veel moeite de trap af heeft geholpen probeert haar nu te bewegen rustig te blijven zitten, maar slaagt daar niet in.
Murk heeft inmiddels een in plastic verpakt gebit in een glas water op de rand van de wastafel aangetroffen.
Op het moment dat hij ontdekt dat er in een tweede glas ook nog een half gebit dobbert en met de gevonden collectie tanden en kiezen naar beneden wil snellen staat ma al boven aan de trap.

De zorghulp begeleidt moeder voorzichtig naar beneden en zo bereiken ze gedrieën weer de huiskamer.
Daar wordt geconstateerd dat het eetprobleem van ma Hemelsoet te wijten moet zijn geweest aan het feit dat zij slechts over haar bovengebit beschikte en nadat er een tijdje met de halve delen die Murk heeft gevonden is gepast kan er uiteindelijk dan toch worden geluncht.

De thuiszorghulp heeft nog even tijd om een praatje te maken en vraagt ma Hemelsoet of ze al lang in haar ark woont.
Ma gaat aan de vraag voorbij en begint tussen het broodhappen door over haar jeugd en de  grootmoeder die bij haar en haar moeder in huis woonde te vertellen.
'Opoe heeft tien kinderen gebaard, maar toen ze oud en der dagen zat was is slechts een van haar dochters genegen geweest om haar in huis te nemen.'
Daarna zijn de waandenkbeelden die moeder in het heden bezoeken aan de beurt.
Ze meent dat de oorzaak van haar duizelingen buiten haarzelf moet worden gevonden.
‘Ik word steeds door een geest omgegooid!'

Het zorgmeisje staat op en complimenteert ma Hemelsoet met haar eetlust.
‘U eet goed!'
'Dat is goed, u moet vooral goed blijven eten, er kunnen best wat pondjes bij.'
'U bent zeker nooit echt dik geweest?’
Moeder verkondigt dat ze altijd graag jong, slank en gezond heeft willen zijn en dat ook wel zal blijven.

Murk spreekt de hoop uit dat hij het al heel wat zou vinden als moeder zich wat meer in acht zou nemen.
'Ze is tenslotte ook geen tachtig meer.'

De thuiszorghulp moet door naar haar volgende cliënt.
‘Dag mevrouw Hemelsoet, ik ga weer hoor!'
'Tot volgende week.'

Ma Hemelsoet heeft de laatste tijd voortdurend het idee dat iedereen haar erg onaardig vindt en zo snel mogelijk bij haar weg wil lopen en antwoordt verbolgen.
‘Ja, ga dan maar snel!'

Murk laat de hulp uit en gaat op zoek naar een goede plek om ma's oude kiezenstelsel te verbergen teneinde verwarring in de toekomst te voorkomen. 
Als hij even later de huiskamer weer betreedt is moeder klaar met eten.
Ze staat met een zalfpotje in haar hand bij de kast en kijkt verschrikt.
De gewoonte van sommige mensen om deuren te openen om andere ruimten te betreden overvalt haar steeds vaker.
‘Oh jij bent het maar, ik dacht al dat de deur openging.'

Ma Hemelsoet overhandigt haar zoon het potje en kijkt hem smekend aan.
’Kan jij dit open krijgen?’
Murk draait de schroefdop los.
Het potje blijkt een nog veel ouder kunstgebit te bevatten.


Meer fragmenten uit Seizoensgebonden vindt u hier

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen