zaterdag 3 december 2011

Seizoensgebonden Herfstval hst 15

Murk heeft zitten denken of hij dit jaar wel aandacht aan de viering van Sinterklaas moet schenken.
Die ochtend zat er iets in zijn schoenen die hij bij de centrale verwarming had gezet om ’s morgens bij het boodschappen doen met warme voeten op pad te kunnen gaan.
Het zijn geurvreters, de Sint of een Zwarte Piet heeft ondanks de nachtelijke kou toch nog een vlaag van humor gehad.
Hij herinnert zich ineens de ochtend veertig jaar eerder, er lag een stuk gember in zijn schoen, hij dacht dat het een stuk kaas was en werd door de vreemde smaak onaangenaam verrast.
Sindsdien staat hij zeer wantrouwend ten opzichte van goed bedoelde gaven en onthoudt hij zich van het eten van gember.

Murk is door zijn zus uitgenodigd om pakjesavond bij haar thuis te komen vieren.
Hij heeft de uitnodiging uiteraard aangenomen.
Je moet immers de zon in het water en de maan door de bomen kunnen zien schijnen.
Murk grijpt tegenwoordig elk familie-feestje aan om zijn zus, zwager, neef en nicht te bezoeken.
In de tijd dat hij zich meer met zijn verslaving dan met andere zaken bezig hield, belde hij vaak af.
Hij heeft nu spijt van deze voltooid verloren tijd.
Sinds Roel en Franka niet meer in de goedheiligman geloven wordt pakjesavond op een alternatieve wijze gevierd.
Alle aanwezigen worden geacht een aantal kleine cadeautjes te kopen, die worden op een hoop gegooid en met behulp van een dobbelsteen wordt bepaald wie als eerste een cadeau mag pakken.
Het spel gaat verder met het uitwisselen van de presentjes en aan het eind van de avond mag men zich dan verheugen in het bezit te zijn van dingen waar je eigenlijk niet echt op zit te wachten.
Het is zelfs mogelijk dat je weer met je eigen geschenken naar huis gaat omdat geen van de andere aanwezigen deze wilde hebben.
Naast het gezin van Erwin en Jacqueline zal ook dit jaar nicht Edwina weer aanwezig zijn.
Murk is van plan enkele boeken in de ramsj kopen, eigenlijk wil hij liever een aantal exemplaren van de roman die hij zelf geschreven heeft cadeau gaan doen, maar die liggen nog niet bij de Slegte noch bij enig andere boekhandel trouwens.
Murk loopt door de AagjeDekenstraat in de richting van de boekhandel om zijn inkopen te gaan doen.
Voor Roel denkt hij aan een kookboek, zodat deze eens iets anders dan pizza kan klaarmaken als oom Murk komt oppassen.
Jacqueline is het laatste jaar niet aan het vieren van vakantie toegekomen en kan wellicht wel een toeristengids van Lesbos gebruiken.
Voor Franka wordt het nog het moeilijkst, probeer maar aan een chihuahua te komen die het maximale afgesproken bedrag per cadeautje niet overschrijdt.
Wellicht is een boek over mannelijk schoon iets voor Edwina, misschien dat dat haar geneest van haar homoseksuele gevoelens.
Het boek Oom Jan leert zijn neefje schaken lijkt hem wel een geschikt geschenk om uiteindelijk zelf in de wacht te slepen, daar kan hij vast nog genoeg uit leren om zijn neef tot in lengte van dagen te blijven verslaan.
Plotseling klinkt er een luid gegil, er is paniek in de winkelstraat.
Van beide kanten naderen er hulp-Sinterklazen, moeders trekken hun kinderen snel een zijstraat in om te voorkomen dat ze hun kinderen iets uit moeten leggen zonder het geloof in de echte goedheiligman te ondermijnen.

Sinds mensen niet meer in God geloven, geloven ze alles.
Rita Verdonk heeft onlangs verklaart dat ze in de Sint gelooft en dat ze denkt premier van Gedogia te kunnen worden.

Murk koopt zijn cadeaus, het is allemaal niet precies waar hij naar zocht, maar hij is toch dik tevreden.
Omdat zwager Erwin nooit mee wil doen met het Sinterklaas-spel, maar uiteraard toch wel een cadeau moet krijgen heeft hij voor hem ook iets gekocht.
Omdat hij nog een presentje te kort komt maakt hij een omweg langs de condomerie in de JoostZwagermanstraat om een pakje preservatieven met de smaak van kersen-likeur aan te schaffen. 
Die komen immers altijd te pas.
Hij hoopt vurig dat alle cadeautjes aan het eind van de avond bij de personen terecht komen voor wie hij ze bedoeld heeft, maar laat zich ook graag door het lot verrassen.

Murk is van plan om bij wijze van grap ook nog een blik bier in te pakken, dat kan hij dan altijd nog consumeren als hij op de terugweg van Walden naar huis onverhoopt dorstig wordt.
Hij koopt er meteen maar een paar en gaat op het AFTHvanderHeijdenplein op een bankje zitten uitrusten van het shoppen.
In de verte nadert een figuur op een wit paard, het is alweer de zoveelste assistent-Sint deze dag.
Elke keer als Murk een wit paard ziet hoopt hij dat zijn prinses erop zit, maar dan blijkt het toch weer zo'n schijnheilige te zijn.
Een klein Antilliaans jongetje rent gillend achter de eerbiedwaardige grijsaard aan.
‘Stap uit die paard!, stap uit die paard!’
‘Gooi maar in mijn pet, uh mijter’ lispelt Murk,´die heeft zeker niets in zijn schoen gehad vanmorgen.´
Er schiet Murk een Sinterklaasviering op de middelbare school te binnen.
Hij had er weinig werk van gemaakt en slechts een simpele maar doeltreffende surprise gemaakt.
Het was een doos met een pen, aangevuld met krantensnippers, waar hij een grote hoeveelheid jeukpoeder doorheen had gestrooid.
Toen het meisje dat de malheur had het presentje te mogen ontvangen de pen niet onmiddellijk kon vinden hielp de hele klas mee zoeken.
Na ruim een kwartier was het gegraai nog zonder succes en moest Murk wel vertellen dat hij de gulle gever was om duidelijk te maken dat er zich wel degelijk een cadeau tussen de hoop snippers moest bevinden.
Het feit dat hij de enige leerling die niet in de doos getast had en aan hevige jeuk leed was immers toch al op gaan vallen.
Sinds dat jaar was het gebruik van jeukpoeder en andere producten die tot irritatie zouden kunnen leiden op school verboden.

Op weg naar huis passeert Murk een draaiorgel dat Sinterklaasdeuntjes speelt.
Neuriënd vraagt hij zich af wat een kapoen nou ook al weer was.
Hij heeft thuis nog wel even tijd voor hij naar Walden rijdt en zoekt het op internet op.
Een kapoen is een gecastreerde haan, deze operatie wordt uitgevoerd om het beest rustiger te maken, beter te laten groeien en aldus meer vlees te doen krijgen.

Murk heeft de laatste tijd weinig van Jacqueline gehoord.
Ze heeft hem alleen gemaild dat ze het erg druk had in de dierenkliniek en hij snapt ineens waarom. 
Zijn zus staat in deze tijd van het jaar natuurlijk de hele dag te castreren.

Een geslachte en gevilde kapoen, klaar om te roosteren voor een Engels kerstdiner. De poelier heeft de poten en staartveren niet verwijderd op verzoek van de klant.


De tweede connotatie van de term kapoen hangt samen met een populair volksverhaal uit het begin van de negentiende eeuw.
Hierin figureerde ene Klaes Kapoen, een schelm die nergens voor deugde, een soort Tijl Uilenspiegel, een soort Murk Hemelsoet.
Murk stopt de pakjes in zijn rugzak, zet het eten voor moeder klaar en neemt afscheid.
‘Doe je de groeten aan Jacqueline, Erwin, Franka en Ruud? ’ vraagt ma.
‘Ruud? ‘
Ma noemt de laatste tijd iedereen die een naam heeft die met een “R” begint Ruud.

In de trein naar Walden pakt Murk een boek uit zijn tas.
Hij heeft de laatste tijd veel te weinig tijd gevonden om te lezen.
Neem als u gaar reizen altijd een goed boek mee, het doodt de tijd, voorkomt het afsterven van de geest en mocht u onverhoopt onderweg aan uw eind komen wekt u nog steeds de indruk dat men met een intelligent persoon te maken heeft.

Murk kijkt uit het raam, ziet het station van Speeuw achter zich verdwijnen en citeert in gedachten Groucho Marx.
‘Buiten de hond zijn boeken de beste vrienden van de mens, binnenin de hond is het te donker om te lezen.´

Walden.
Murk loopt in een uitstekend humeur van het station in de richting van het huis van zijn zus.
Dat alles hier toch altijd zoveel mooier lijkt dan in zijn stad.
Hij geniet van de zon, het dorp en de inwoners, iedereen is hier even aardig, beschaafd, keurig gekapt en gekleed.
Daar loopt zelfs een negerin, die mooi gecoiffeerd en in kleren van een exclusief modehuis gestoken hier niet detoneert.
Murk zingt, springt en is zo blij.
Het is ook mijn soort mensen, ik zou hier best willen wonen’, geen dealers, geen gebruikers, geen alcoholische gekken, geen schreeuwende idioten op elke straathoek zoals in Louloenen.
Niemand die ‘hè wat mot je' tegen je roept als je ze te direct aankijkt.
Wel zo plezierig.
Ze denken dat misschien allemaal wel, maar ze spreken het niet uit en glimlachen vriendelijk.
In het openbaar vervoer is er plaats zat, want er zijn hier weinig mensen zonder auto, men dringt niet bij het instappen, bij het uitstappen zeggen passagiers de chauffeur vriendelijk goedendag.
Hier te kunnen leven als schrijver met een Olie B. Bommel-achtig allure.
Een uitbater zijn van een weinig beklante boekhandel met zeeën van tijd om te lezen en te schrijven.
Flaneren op de Brink, een sigaartje kopen en een drankje drinken bij het plaatselijke dranklokaal de Bonte Hond.
Murk dagdroomt door tot de voordeur van huize de Mol en stort zich in het feestgewoel.
Het zal nog best wel eens een leuke avond kunnen gaan worden.

Vervolg: http://seizoensgebonden.blogspot.com/2011/12/fragment-seizoensgebonden.html

 
Meer fragmenten uit Seizoensgebonden vindt u hier

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen