woensdag 4 april 2012

Fragment Seizoensgebonden Winterverleiding hst 4 II

 
Er is een literaire bijeenkomst in de BBB naar aanleiding van de vijfentachtigste geboortedag van Gerard Korrnelis van het Reve en de uitgave van het boek Rivaliteit zonder einde van Bernard Prakke.

Het boek behandelt de animositeit tussen de volkschrijver en zijn geleerde broer Karel.

Voordat de voordracht gaat beginnen heeft Murk nog wat tijd over en die gebruikt hij om alle open stukken van het hoofdstuk dat hij thuis heeft geschreven bij te werken en zijn mail te lezen.

Maike mailt Murk dat ze bij het lezen van fragmenten van zijn boek altijd heimwee naar de grote stad krijgt.
Er gebeurt dan wel veel meer in het grachtengordelghetto, maar er zijn ook dagen dat Murk liever elders zou wonen.
Het gras aan de andere kant van het land is immers altijd groener en dat geldt in het bijzonder voor Fryslân.
Murk sluit niet uit dat hij daar nog wel eens een huis zal gaan kopen om rustig te kunnen schrijven.
Dan moet zijn boek natuurlijk eerst nog wel een genadeloze 'pageturner' worden waar een behoorlijk voorschot voor wordt betaald .

Gerard Kornelis van het Reve heeft ook een periode in Fryslân doorgebracht.
Hij woonde van 1964 tot 1971 in Greonterp, een buurtschap met zevenentwintig inwoners.
Hij leefde in die tijd samen met Teigetje en later ook met Woelrat in een huis dat naar de naam Het Gras Huize Algra luisterde.
Twee van zijn meest indrukwekkende boeken, Op weg naar het einde en Nader tot U zijn hier geschreven.
Niettegenstaande dat Reve meermaals meende te moeten opmerken dat hij het Frysk toch meer een keelziekte dan een taal vond wist hij zich bij de lokale bevolking redelijk geliefd te maken.
Dit was mede te danken aan het feit dat hij in de plaatselijke kroeg veel rondjes gaf.
Omdat de andere helft van de rondjes meestal 'van het huis' waren grapte Gerard vaak dat hij voor half geld dronk.
Na afloop van die te gezellige avonden reed Reve dikwijls op zijn oude brommer naar huis.
Vaak in benevelde toestand en hij had hierdoor enigszins moeite daar behouden weder te keren.
Meestal was hij gedwongen eerst een aantal cirkels rond zijn erf te beschrijven tot de benzine op was omdat hij niet meer in staat was de motor af te zetten.

In die tijd was de volksschrijver verwikkeld in een rechtszaak wegens godslastering die bekend staat als het Ezelproces.
Landelijke kranten plaatsten een onophoudelijke stroom ingezonden stukken van een drietal lezers die tegen hem tekeer gingen over het beledigingen van de Rooms-Katholieke kerk.
Reve deed daar zijn beklag over tegen Simon Carmiggelt.
Simon lachte.
'Ik dacht dat die bij jou in loondienst waren.'

Murk herinnert zich een andere anekdote uit die jaren.
Simon Vinkenoog bezocht het noordelijke gedeelte van het land en werd uitgenodigd een inleiding bij een dichtersbijeenkomst te houden waar Reve de hoofdgast was.
Nadat Vinkenoog de aankondiging ‘dit is Gerard Kornelis van het Reve en naast hem staat God’ had uitgesproken ontstond er een vechtpartij tussen de auteurs.

Terwijl de zaal vol stroomt en er zelfs stoelen moeten worden bijgezet ontrukt Murk nog maar een paar anekdotes uit zijn geheugen.
Toen een gouden bruidspaar in het dorp hun jubileum vierde liet Reve een grote hoeveelheid chocolaatjes, confetti en vaatjes cognac uit een helikopter droppen en deelde het toegestroomde volk mede dat hij er toch maar van had afgezien om ook nog eens op toeters te trakteren.
Murk bedenkt zich dat Reve op dat moment waarschijnlijk al redelijk had ingenomen.
'Vast zelf al meer dan toeter genoeg.'

Op een dag besloot Gerard dat hij graag een ouderwetse doodskist wilde hebben.
Dat zou de dood wel buiten de deur houden.
Toen hij zich hiervoor bij de werkplaats van de plaatselijke kistenmaker meldde werd deze juist op dat moment naar buiten gedragen.
De oude man was zelf twee dagen daarvoor overleden.
Reve trok wit weg, schafte uiteindelijk toch maar een kist aan en sliep hierin regelmatig zijn roes uit.

De lezing neemt een aanvang.
Voordat Bernard Prakke wordt geïntroduceerd worden er een paar van Reve’s gedichten voorgelezen.
Het eerste is in 1962 geschreven na het overlijden van zijn moeder.
Droom
Vannacht verscheen mij in een droomgezicht mijn oude moeder,
eindelijk eens goed gekleed:
boven het woud waarin zij met de Dood wandelde
verhief zich een sprankelende stilte.
Ik was niet bang. Het scheen mij toe dat ze gelukkig was
en uitgerust.
Ze had kralen om die goed pasten bij haar jurk.

In 1965 toen Gerard nog het voornemen had der rest van zijn leven in Greonterp te slijten schreef hij alvast een gedicht over zijn eigen verscheiden.
Eind goed al goed
Mijn as wordt begraven op het kerkdorp te Greonterp.
De mensen die komen kijken,
krijgen met onbekrompen maat te drinken,
de kinderen ook, dat staat geschreven.
Er komt een houten kruis,
Waarop te lezen valt: GOD IS LIEFDE,
Verder niks.
Dan komt de harmonie, en speelt een lied,
Langzaam en vroom, met veel koper.
Als er wel wolken maar geen wind is wordt de hemel een sluier van stilte,
er daalt iets neer dat veel lijkt op geluk.

Bernard Prakke begint zijn betoog met af te geven op de journalist die het gewaagd heeft in het Vrije Woord drie pagina’s aan de roman Pijn van Beau van Erven Dorens te wijden.
'Deze bladzijden hadden toch beter gevuld kunnen worden, er is immers genoeg over betere schrijvers te melden.'

Prakke verhaalt hoe hij ertoe is gekomen het boek te schrijven.
Hij blijkt naast liefhebber van het werk van Reve ook zeer geïnteresseerd te zijn in de verhoudingen tussen mensen.
Uit de zaal komt de vraag of de broers Reve op latere leeftijd nog contact hadden.
Prakke vertelt dat dit niet het geval was.
'Gerard was zelfs niet op de begrafenis van zijn oudere broer.'
Murk neemt aan dat Karel dan ook wel niet op die van Gerard zal zijn geweest.

Julius Vischjager, hoofdredacteur van de eenmanskrant the Daily Invisible struint door de zaal en maakt foto’s van het aanwezige publiek.
Murk blijft liever buiten beeld.

Nadat Bernard Prakke zijn verhaal heeft afgerond wordt er een documentaire vertoond over de tuinstad waar Reve, Johan Cruijff en Simon Vinkenoog zijn opgegroeid.
Een minder bekende ex-bewoner van de wijk vertelt over een familie NSB-ers met een rode kat die tijdens de oorlog bij hem om de hoek woonde.
Tijdens de Hongerwinter sloeg de kat zijn slag in een naburig konijnenhok en werd hiervoor gestraft.
Het rode monster werd in een vuilnisbak opgesloten en werd om reden dat brandstof in die tijden erg schaars was slechts op een zacht vuurtje geroosterd.
Er waren eertijds blijkbaar mensen die dachten dat ze met het afmaken van een foute kat de bezetter een fikse klap konden toedienen.

De lezing is afgelopen.
Murk loopt denkend aan Reve, over het geluk en de zin van het leven in de richting van de pont.
'Naar verluidt heeft Reve in Fryslan de meest depressieve periode van zijn leven doorgemaakt.'
Simon Carmiggelt die zijn neerslachtigheid ook in drank smoorde vatte het mooi samen: ‘het leven is één grote ellende als je er maar oog voor hebt.'

Murk prijst zich gelukkig dat hij nooit depressief is geweest.
Hij heeft wel eens periodes gehad dat hij niemand wilde zien omdat hij bang was dat iedereen zijn verslaving zou opmerken.
De verhalen van zwaarmoedige mensen zijn van een andere categorie.
Zij willen helemaal niets en zien alles slechts in een kleur.
Zwart.

Bij Murk daalde het humeur pas onder het nulpunt als het geld om drugs te kopen weer eens op was.
Hij herinnert zich een dag uit de tijd dat hij nog zelfstandig woonde en geen zin in visite had.
Zus en zwager waren hem komen opzoeken en verschaften zich na langdurig tevergeefs bellen toegang tot de woning met een reservesleutel.
Hij wist niets anders te verzinnen dan zich in zijn werkkamer te verstoppen.
Toen hij door zijn zwager werd ontdekt moest hij wel uit de kast komen.
Er was geen ontkennen meer aan.
Zijn drugsgebruik was niet onopgemerkt gebleven.
Ja, hij had een probleem.

Na het volgen van therapie werd de periode van zwaar drugsgebruik afgesloten en kon hij een nieuwe start maken.

Als je te veel je best doet om gelukkig te worden lukt dat niet.
Dan loop je er als een ezel die een wortel voor zijn neus heeft hangen achteraan.
De mens die denkt vijf dingen nodig te hebben om een fantastische avond te hebben voelt zich terneergeslagen als een van deze zaken ontbreekt.
Is er dan leuk gezelschap, lekker eten, een warme haard en fijne muziek dan blijkt de wijn toch nog vergeten te zijn.
Terwijl degene die plotsklaps door iemand wordt uitgenodigd en een eenvoudige maaltijd in een warm huis krijgt voorgezet de avond van z'n leven heeft.

Teveel willen is de snelste weg naar het ongeluk
Marek van der Jagt 
( Gstaad 95-98)




Meer fragmenten uit Seizoensgebonden vindt u hier

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen