zaterdag 8 oktober 2011

Fragment Seizoensgebonden Winterverleiding hst 8

Hoofdstuk 8 is het derde deel van een drieluik dat zich op de dag voor en op beide Kerstdagen afspeelt.
In dit fragment is het de avond van tweede kerstdag.


Ma is al naar bed, Murk zet de tv die ze aan heeft laten staan af, gaat naar bed en droomt over een verre toekomst.
The future, Tommorow?
Well tommorows a long way off
The Shangri-las:the past, present and future
Arthur Butler, Jerry Leiber, George Francis Morton

Murk zit alleen op de bank naar de film E.T. op tv te kijken.
Er worden verwoede pogingen gedaan het buitenaardse wezen terug naar zijn soortgenoten te sturen, blijkbaar is zijn verblijfsvergunning verlopen.
Cant we beam E.T. Up?
No, this isn't science fiction, this is reality!
Plotseling klinkt er buiten gezang, Murk loopt naar het raam en ziet de hemel open gaan, er vliegt een engel laag over, gevolgd door een heel leger van hemelboden.
Ze roemen God: ‘Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen’.
Er lopen herders in de tuin en er zijn enkele tientallen schapen, de engel maakt een duikvlucht, het duister wordt doorkliefd door een hemels licht.
Murk loopt de tuin in om de herders te vragen wat ze daar te zoeken hebben, de schaaphoeders bukken op tijd, maar Murk wordt verblind door de lamp die de engel op haar helm heeft.
De kittige engel tilt Murk op en vliegt in een snelle vlucht met hem weg.
Onderweg stelt de engel zich voor als Eartha, ze vertelt dat dit haar eerste opdracht is en dat ze zijn vragen niet mag beantwoorden.
Na een korte vlucht wordt Murk op een wolk achtergelaten, hij kijkt om zich heen of hij misschien ergens een luchtkasteel ziet, maar dit blijkt niet het geval te zijn.
De wolk lijkt stevig genoeg om zijn gewicht te kunnen dragen en Murk doet een paar voorzichtige stappen.
Als hij een tijdje heeft rondgelopen ziet hij in de verte de gestalte van een oude man op een roze wolk opdoemen.
De man wenkt hem en als Murk dichterbij is gekomen herkent hij Gerard Kornelis van het Reve.
‘Leuk dat je bent gekomen, ik krijg hier nooit bezoek’ verwelkomt de schrijver hem, ‘er is hier niets te doen en buiten de zon, de maan en de sterren is er hier geen verlichting en dat maakt vooral de avonden erg vervelend’.
Reve ziet het verschrikte gezicht van Murk en stelt hem gerust: ’niks aan de handa, voor jou is dit toch maar een droom.'
‘Heeft u het niet koud? ‘, vraagt Murk, wijzend op het overhemd en het dunne jasje dat de schrijver draagt, ‘u bent niet erg dik aangekleed’.
‘Dat heb je toch helemaal niet nodig als je zo'n warme persoonlijkheid bent zoals ik’ schertst Reve.
‘En bovendien kan je na je dood toch geen kou meer vatten.'
Reve kan Murk ook niet wijzer maken over de plaats waar ze zich thans bevinden.
‘Ik neem aan dat we in de hemel zijn, maar ze hebben me hier ook nooit iets over de gang van zaken verteld.'
Reve gesticuleert met een wijds zalvend gebaar om zich heen.
‘Ik weet niet wat jij ervan had verwacht, maar dit is echt alles dat er is.'
Murk verklaart dat hij tot op dit moment niet echt in een hiernamaals heeft geloofd, maar dat hij er wel enkele wilde theorieën over heeft bedacht.
‘Bijvoorbeeld reïncarnatie, opnieuw beginnen met de verworven kennis in een nieuw lichaam, proberen eerder gemaakte fouten te vermijden, zoals je een computergame kan resetten.'
'Er wordt altijd over midlifecrisis gesproken, er zijn zelfs mensen die beweren dat ze een quarter life crisis hebben, maar het zou toch mooi zijn als je achteraf zou kunnen lachen over je third of sixth life crisis.'
‘Het leven is als het spel ganzenbord, waar je af en toe een tijdje in de put moet zitten, of een paar plaatsen terug wordt gezet en er dan aan het einde achter komt waar alles goed voor was.'
Reve maakt een parafrase op een van zijn uitspraken over het hiernamaals.
‘Ik vond het leven al fantastisch en dan nu het eeuwig leven hier, ik zit me nu de hele tijd al af te vragen waar ik het eigenlijk allemaal aan heb verdiend.'
‘Ik vond het leven al het einde en dacht dat het einde nog verrassender zou zijn’, kniesoort Murk,’ wat een deceptie!'
Reve staat op, loopt naar een minibar en vraagt of Murk wellicht ook iets wil drinken.
‘Ik heb alleen rode wijn en bessen-appel, dat is een frisse fruitdrank, die heb ik altijd koud staan voor het geval mijn oude moeder hier op een dag nog eens opduikt.'
Reve haalt een fles wijn uit de minibar, er wordt geproost en Murk vertelt over de dementie van zijn moeder.
‘Dat is een hele nare ziekte’ onderschrijft Reve, ‘ daar heb ik zelf ook nog zeer onder geleden in mijn laatste aardse jaren.'
Op verzoek van Murk diept Reve het gedicht Roeping uit zijn geheugen op, het komt er zonder haperen uit, het is alsof de schrijver het pas gisteren in plaats van in 1973 heeft geschreven.

Roeping
Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet 's avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

‘Het is maar goed dat er hier geen God is’, bromt Murk, ‘ik zou ik weet niet wat doen om Hem voor eens en voor altijd duidelijk te maken dat het echt van geen kant deugt om mensen met zo'n verschrikkelijke aandoening op te schepen.'
‘Veel goeds zal het wel niet zijn’ oordeelt Reve en nipt aan zijn wijn.
Murk maakt van de gelegenheid gebruik om te vertellen dat hij ook een beetje schrijft, de volksschrijver geeft hem een handige tip.
‘Bewaar de papiertjes waar je aantekeningen op hebt gemaakt, die kan je altijd nog aan het literatuur-museum verkopen.'
Reve schept op hoeveel geld hij wel niet heeft verdiend doordat zijn boeken verfilmd werden.
‘Als er dan ook nog een game van wordt gemaakt verdien je tegenwoordig nog een stuk meer’ repliceert Murk.
‘Kijk je wel uit dat je niet te veel drinkt of drogerende middelen tot je neemt’, betwetert Reve, ‘anders kom je helemaal niet meer aan schrijven toe.'
‘Ja het leven is verlokkkkkelijk!’ valt Murk hem bij, ‘ik weet er alles van.'

Murk vertelt over de fouten die hij eerder in zijn leven maakte, Reve schudt zijn hoofd en geeft een vaderlijke raad.
‘Je hebt je orgasmen van seconden, drugskicks van minuten, de fifteen minutes of fame van Andy Warhol, your finest hours, de dag van je leven, zeven vette jaren, maar je kan beter kinderen verwekken of een boek schrijven, daar kan je een leven lang van genieten.'
‘En misschien blijven anderen na je dood de boeken lezen en er van genieten’ vult Murk aan, ‘wie schrijft die blijft, wie men nog leest is aanwezig geweest’.
‘Dat laatste stukje heb je er zeker zelf bij verzonnen’ raadt Reve, ‘ik zou best iets van je willen lezen’.
‘U hebt zeker geen e-mail?’ vraagt Murk tegen beter weten in,’dan zou ik u iets kunnen opsturen.´
Reve schudt zijn hoofd, ‘er is hier helemaal niets, zelfs geen mooie jonge engeltjes met geheime openingen’.
Murk vertelt over de inhoud van de drie Kersthoofdstukken waar hij op het moment mee bezig is.
Reve is verrast dat Murk hun ontmoeting in het derde hoofdstuk wil gebruiken.
‘Het is een leuk idee’, zegt hij peinzend, ‘een mooie wintervertelling over een moeder, een zoon en een oude schrijver die de geest heeft gegeven’.
‘Vindt u het niet een beetje vergezocht?’ informeert Murk.
‘Het maakt niet uit dat sommige gedeelten verzonnen zijn’, doceert Reve,’echt gebeurd is geen excuus, de enige taak die je als fictieschrijver hebt is een spannend verhaal schrijven’.
‘Het kost me behoorlijk wat moeite de Kersthoofdstukken te voltooien’ verzucht Murk, ‘het is moeilijk van zo`n lang stuk tekst een kloppend geheel te maken, ik zal blij zijn als het is volbracht’.
Reve loopt naar de minibar, opent een nieuwe fles wijn en schenkt de glazen vol.
‘Ik kan je niets te eten aanbieden, men gaat er hier van uit dat men na de dood niets meer pleegt te eten.'
‘Dat maakt niet uit, ik heb geen honger’ antwoordt Murk, ‘ik heb vanavond al hemels gegeten bij vrienden in Fryslân.'
Reve vraagt gierig naar het nieuws uit de wereld der levenden, Murk vertelt hem over de laatste ontwikkelingen op aarde.
‘China heeft tegenwoordig meer in de melk te brokkelen, dat heeft helaas nogal wat baby’s het leven gekost’.
Reve vraagt lachend hoe het met Mulisch is.
‘Heeft ie de Nobelprijs al gekregen?'
Als Murk de vraag ontkennend beantwoordt schatert de schrijver het uit.
‘Mulisch is vullis!'
Murk completeert het adagium.
Reve dat is pas leven!'
Reve wil ook graag weten of de laatste kerken al zijn opgedoekt.
‘Nee, dat valt behoorlijk tegen, sommige kerken zijn voller dan ooit, men gelooft tegenwoordig de gekste dingen’.
Murk vertelt over de nieuwe paus, die in de kerstnacht heeft opgeroepen om kindermisbruik te voorkomen en de wereld wil redden van homoseksuelen en transseksuelen.
‘Poe poe, nou nou, het is me wat, die durft’ brult Reve, ‘die Jan Klaassen is zelf het hoofd van de grootste poppenkast met ontuchtige marionetten.'
Als Murk Reve over de dood van Harold Pinter vertelt, pinkt de volksschrijver een traantje weg.
‘Die man kon zo mooi schrijven, ik heb zijn Verjaardagsfeest nog vertaald, een schitterend stuk over de levensangst van een groep mensen in een kleine ruimte’.
De maan breekt tussen de wolken door, Reve en Murk strekken hun benen, er wordt een eiland zichtbaar.
‘Dat is het enige uitzicht op de wereld dat ik hier heb’ klaagt Reve, ‘God mag weten welk eiland dat is’.
‘Sark!’ roept Murk uitbundig, ‘daar heb ik pas een documentaire over gezien’.

Beide mannen hebben het gevoel dat de droom niet lang meer kan duren en beginnen afscheid te nemen.
‘Een zenuwlijder als ik zul je nooit worden’ palavert Reve, ‘maar de goede wil is er’.
Reve doet Murk nog een idee voor de naam van zijn Kerstverhaal aan de hand.
‘Noem het ik droomde van Reve, met mijn naam verkoopt het beter en het klinkt ook goed als het in het Frans wordt vertaald’.
Murk lacht en verzekert de oude schrijver dat hij het in overweging zal nemen.
‘En blijf dwars’, raadt Reve Murk aan, ‘de Bijbelse ezel in de kerststal gooide immers zijn kont al tegen de kribbe.´
Murk belooft dat mocht hij ooit op audiëntie worden ontvangen bij de paus zal klagen over de behandeling die de schrijver in de hemel te beurt is gevallen.
‘Bedankt lieve jongen, doe mijn groeten aan je moeder, en ga moedig voorwaarts!’.
Murk wordt wakker, hij ligt gewoon in bed een terugreis per engel is hem bespaard gebleven, de kerkklokken van de GodfriedBomanskathedraal luiden.
Murk telt de slagen, tien, hij kijkt op de wekker naast het bed, hij heeft twee slagen gemist.
Het is middernacht.
Kerst is voorbij.

Meer fragmenten uit Seizoensgebonden vindt u hier

1 opmerking:

  1. "dat maakt vooral de avonden erg vervelend"...geniabele zinsnede! Zat gisteren grapjes te maken voor wanneer Bill Gates zich aan de hemelpoort meldt..."Error 404; Heaven not found." Bijvoorbeeld. Fijne zondag!

    BeantwoordenVerwijderen