donderdag 27 december 2012

Seizoensgebonden Winterverleiding hst 7

Tweede van drie Kersthoofdstukken
 
-7-

Het is eerste kerstdag, Mud's 'lonlely this Christmas' schalt door de ark.
Ondanks het feit dat Murk de radio al een paar keer harder heeft gezet is moeder nog niet wakker geworden.
De bibliotheek is gesloten en dus is Murk gedwongen vandaag thuis te gaan zitten schrijven.
Op radio en televisie is niets dat hem kan boeien, er wordt bijna alleen maar Kerstgemuts uitgezonden.

Er staat geen Kerstboom in de ark.
Ma Hemelsoet doet daar al jaren niet niet meer aan en Murk vindt dat best.
Voor sommige mensen is een boom een groen ding dat in de weg staat, voor anderen het ultieme zinnebeeld van gezelligheid.
Murk behoort tot de eerste categorie.
Ma weet waarschijnlijk niet eens dat het Kerstmis is.
Toen ze de vorige avond op de kalender keek merkte zij op dat het haar verjaardag was.
Het was weliswaar de vierentwintigste, maar moeder is pas maanden later op dezelfde datum jarig.

Een paar dagen geleden heeft de cabaretière Nilgün Yerli in het televisieprogramma waarin ze gasten in haar geboorteland Turkije ontvangt vertelt hoe graag ze als kind een Kerstboom wilde hebben, maar dat haar ouders die wens niet wilden honoreren.
Nadat ze haar verlangen aan alle mensen in haar omgeving had laten weten, schreef ze ook nog een keurige brief aan de Kerstman met vermelding van haar adres.
Op kerstavond ging de bel, voor de deur stond een enorme Kerstboom, daarachter verscheen het hoofd van de buurvrouw, even later werd er nogmaals gebeld, nog een boom, ditmaal van de eigenaar van de buurtwinkel.

Ma Hemelsoet laat zich de hele ochtend niet zien, ze komt pas naar beneden als Murk net aan zijn lunch wil beginnen.
Murk wenst haar een goedemiddag.
“Je bent net op tijd, de Koningin komt zo.”
Moeder trekt wit weg en verdwijnt direct weer naar boven.
Murk roept haar na.
“Wat is er nou ma?”
Uit de kamer klinkt driftig gerommel, de deur wordt op een kier geopend, ma blikt besmuikt om de hoek.
“Ik heb m'n gebit nog niet in, zo kan ik me toch niet vertonen!”
Murk legt uit dat de majesteit haar niet persoonlijk zal komen bezoeken.
Ma Hemelsoet komt schoorvoetend naar beneden.
Ze houdt er ernstig rekening mee dat de vorstin zich wellicht toch nog in de huiskamer bevindt en daar zit te wachten tot zij haar wenst te ontvangen.

Murk duwt ma Hemelsoet de huiskamer in, zet de televisie aan en vertrekt naar de keuken.
Hij maakt een brunch voor moeder klaar, zet de verse koffie waar hij nu ook wel heel erg aan toe is en keert op tijd terug om de Koningin van Gedogia aan haar toespraak te horen beginnen.
De vorstin houdt een ellenlange monoloog waarin zij tot dialoog oproept.
Dit jaar is het thema de kloof tussen de verschillende generaties.
Ma verdwijnt na afloop weer naar haar slaapkamer.
Murk gaat nog maar een paar uur schrijven.

Als Murk met schrijven stopt valt de avond al.
In afwachting van moeder maakt hij wat crackers met zalmsalade en paté klaar om de ergste trek te stillen.

Ma komt naar beneden, er is weer geen zinnig gesprek met haar te voeren en Murk doet de televisie maar aan en zapt naar het minst ergerlijke programma dat er op dat moment de ether in wordt geslingerd.
In het programma in de Hoofdrol wordt Gerard Joling geconfronteerd met allerlei vrienden en collega’s.
Elke keer als hij weer verrast wordt door de aanwezigheid van een volgend persoon die de studio wordt binnen geduwd jodelt Joling dat het een giller is.
Het lukt Murk het hele programma uit te zitten zonder zijn eetlust te verliezen en daarna schakelt hij over naar een andere zender om het journaal te kunnen zien.
Daar is op dat moment nog een programma van de Moslimomroep bezig, een muezzin doet een Azan, een oproep tot gebed, tot Murk’s verbazing blijkt de man over een nog hogere stem dan Joling te beschikken.

Het avondjournaal brengt beelden van de Paus die de stad en de wereld verrast met de oproep minder oorlog te maken.
De heilige vader is van mening dat het vooral in het Midden-Oosten meer dan genoeg is geweest.

De telefoon rinkelt.
Het is Jacqueline.
Nadat ze Murk en moeder een gezegend kerstfeest heeft gewenst barst ze los.
Je raadt nooit waar ik nu zit?”
Murk krijgt geen gelegenheid om op het gegil van zijn zus te reageren omdat zij ook maar gelijk het antwoord geeft.
Ik zit in een ajenslee met Fanka!”
Zooooo leeuuuuk joh.”
Kon ik eindelijk m´n bontmuts weeh eens op.”
Na een tijdje begrijpt Murk dat zijn zus en nicht een rit in een arrenslee door Walden hebben gewonnen door mee te doen aan een loterij met kassabonnen van de lokale supermarkt en krijgt hij de kans om een vraag te stellen.
“Je bent erg onverstaanbaar, ben je dronken of zo?”
Jacqueline geeft toe dat dit inderdaad het geval is.
“Ja, ik ben wel een heel klein beetje donken.”
“Ik keeg ook een fles champagne, maah die is nu alweeh bijna op.”

Voor Ma Hemelsoet en Murk staat er op deze speciale avond een fles bessen-appel koud.
Bessen-appel is een fris fruitdrankje dat qua uiterlijk en geur sterk aan een alcoholische, uit druiven geperste drank doet denken.

Jacqueline vraagt hoe het met moeder gaat.
Murk doet routineus verslag.
“De mevrouw van de thuiszorg is geweest, heeft ma gedoucht en daarna weer in het vet gezet.”
Ma Hmelsoet heeft veel last van een erg droge huid, haar benen moeten regelmatig met vaseline worden ingesmeerd.
Jacqueline zwijgt.
Murk gaat door met de debriefing .
“O ja, en de pedicure is geweest, ik had het geld voor haar klaargelegd, maar ik weet niet wat er precies is gebeurd.”
“Het briefje van twintig dat er lag was omgewisseld voor twee briefjes van tien.”

Er klinkt een harde doffe klap aan de andere kant van de telefoonlijn.
Voor Murk’s geestesoog doemt het schrikbeeld op van een over de kop geslagen arrenslee en Jacqueline die daarnaast gehurkt eerste hulp bij gewonde rendieren aan het geven is.

Nadat Murk een tijdje tevergeefs op het antwoord op zijn vraag of alles in orde is heeft gewacht verlost Jacqueline hem uit zijn lijden.
“Niets aan de hand Mukkie, we slipten een beetje in een bocht en toen liet ik mijn mobieltje in de sneeuw vallen.”
Murk uit zijn verbazing over de lokale weersomstandigheden nog geen dertig kilometer van de hoofdstad.
“Ligt er dan sneeuw bij jullie?”
“Daar heb ik niks over gehoord in het weerbericht.”
“Rij je wel voorzichtig!”
Jacqueline stelt haar broer gerust.
“We hebben een koetsiej, heejlijk, nu kan ik gewoon eens bellen zonde dat ik gelijk een bon kjijg.”
“Wat eten jullie vanavond?”
Murk vertelt dat hij net wat crackers heeft gesmeerd en zo toch maar Chinees gaat halen.
In eerste instantie komt de boodschap niet helemaal correct bij zijn zus over.
Het is niet geheel duidelijk of dit te wijten is aan atmosferische storingen of de staat waarin Jacqueline verkeert.
Nadat Murk zijn zus heeft uitgelegd dat hij niet van zin is crack te gaan gebruiken en zich daarna ook niet aan het Chinezen zal gaan overgeven is er alweer een misverstand uit de wereld geholpen.
Murk beëindigt het gesprek voordat er nog nieuwe misvattingen kunnen ontstaan.
Kerstmis is de tijd om problemen op te lossen en niet om nieuwe te creëren.
“Zorg dat je veilig thuis komt en bewaar wat van het wild dat jullie onderweg overhoop rijden voor me.”

Na het eten kijken Murk en moeder televisie.
Het hoogtepunt van de verder saai verlopende avond is een herhaling van 'Waar heb dat nou voor nodig', de Kerstspecial van Wim T. Schippers uit 1973.
Ma roemt de bessen-appel drank, beweert dat ze er een beetje dronken van is geworden en daarom maar eens vroeg naar bed gaat.

Murk worstelt zich door de rest van de avond met het bekijken van een documentaire over het kanaal-eiland Sark.
Het eiland is half zo groot als Vlieland en bestaat uit twee delen, Little Sark en Greater Sark die met elkaar verbonden zijn door een smal voetpad van minder dan drie meter breed met aan beide zijden een steile afgrond van honderd meter.
De bevolking telt nog geen zeshonderd zielen, de voornaamste inkomstenbron is het toerisme, gemotoriseerd vervoer is op enkele uitzonderingen na verboden en de meeste inwoners omzeilen dit verbod door hun landbouwtractoren als transportmiddel te gebruiken.
Tot voor kort was Sark de laatste feodale staat van Europa, het is Brits, maar autonoom.
De Britse koningin Elizabeth I gaf het eiland in 1565 in bruikleen aan de ridder Helier de Carteret en sindsdien zijn afstammelingen van hem tweeëntwintig generaties lang Seigneur of Dame geweest en deze hebben ruim vier eeuwen de alleenheerschappij over het staatje uitgeoefend.
Tijdens de tweede wereldoorlog weigerde de toenmalige heerser, Dame Sybil Mary Collings Beaumont samen te werken met de Duitse bezetters en werd zij vervangen door Duitse bewindvoerders.
Internationale verdragen en regelgeving van de Europese Unie op het gebied van de mensenrechten hebben inmiddels een eind aan de leenrechtelijke bestuursvorm gemaakt en in 2006 heeft de bevolking zich in een referendum voor politieke hervormingen uitgesproken.
Tot die tijd bestond het eiland-parlement voor het grootste gedeelte uit personen die door erfopvolging recht op een zetel hadden, maar vanaf die tijd worden alle leden rechtstreeks gekozen.
Onlangs zijn de eerste vrije verkiezingen gehouden, de strijd ging voornamelijk tussen aanhangers van de Seigneur en hun tegenstanders, de broers David en Frederick Barclay.
Deze tweeling is eigenaar van o.a. het Londense Ritz-hotel en de Britse krant The Daily Telegraph, hebben veel in Sark geïnvesteerd en bezitten een privé eiland op honderd meter afstand van het hoofdeiland.
Zij waren indertijd de eersten die om democratie riepen, waren zelf niet verkiesbaar, maar hadden wel een aantal kandidaten afgevaardigd om hen te vertegenwoordigen.
Volgens de broers waren de aanhangers van de Seigneur lid van een soort 'Feodale Taliban' en hadden enkelen zelfs Socialistische trekjes.
Zij waarschuwden de bewoners in een nieuwsbrief dat ze hun zakelijke belangen op het eiland zouden afbouwen als 'hun' mensen de verkiezingen mochten verliezen.
Dat gebeurde uiteindelijk toch.
David en Frederick sloten onmiddellijk al hun hotels, winkels en restaurants, met het gevolg dat honderdveertig mensen werkloos werden.
De broers trokken zich ten slotte op hun eigen eiland Brecqhou terug en zijn nu van plan dat onafhankelijk te verklaren.

De avond is ten einde, Murk zet de tv uit, gaat naar bed en droomt over het heden.

There were moments when, well there were moments when

the Shangri-las: the past, present and future
 Arthur Butler, Jerry Leiber, George Francis Morton

Murk zit in de huiskamer op de bank naast ma Hemelsoet.
Tot zijn niet geringe verbazing staat er een enorme versierde Kerstboom naast de televisie die de helft van het vertrek vult.
“Waar komt die nou vandaan?”
Moeder geeft voor de verandering weer eens een helder antwoord.
“Ik werd wazig van de wijn en zat een beetje te dromen en toen ging de bel.”
“Het waren Jacqueline, Roel en Franka.”
“Ze stonden ineens met die boom voor de deur en zijn uren bezig geweest met versieren.”
“Ik heb je nog geroepen, maar je werd maar niet wakker.”
“Ze zijn net weg.”

Murk voelt zich nog steeds niet erg wakker, maakt koffie en doet de tv aan.
De uitzending over het eiland Sark wordt herhaald.
Moeder vindt er niks aan.
“Zet liever maar iets anders op.”
Nadat Murk de gids heeft geraadpleegd en tot de conclusie is gekomen dat er op elke zender slechts herhalingen worden vertoond en naar bed wil gaan grijpt ma de afstandbediening en begint mopperend te zappen.
“Waar is die goeie ouderwetse nostalgie dan toch gebleven?”

Op een van de kanalen wordt een trailer van een musical uitgezonden.
Er rijdt een arrenslee getrokken door een span rendieren over een besneeuwd landschap.
Murk wil zich geërgerd uit de huiskamer terugtrekken, maar dan herkent hij in de koetsier Wim Bensdorp en ziet hij dat de familie de Mol de passagiers zijn.

De koetsier begint een country versie van de Dodenrit van Drs.P. Te zingen.
We rijden op de prairie en we hebben veel plezier
Vancouver is nog ver maar we hebben plenty bier
De familie de Mol valt in.
 De slee knerpt gesmeerd door de maagdelijke sneeuw
Het is wat ons betreft toch wel de Kerstmis van de eeuw

Geen vuiltje aan de lucht want er is hier geen gevaar
Alleen wat vage vlekken, dat zijn d’ wilde coyotes maar
De rendieren blijven vers want het is hier koud genoeg
En dertig mijlen verder is er gelukkig weer een kroeg

Er staan hier heel veel sparren dus we hebben weinig zicht
Maar gelukkig zijn de rendieren wel keurig afgericht
Het eten is in orde alleen de pudding smaakt wat raar
Bij misselijkheid of diarree bellen we dr Oetker maar

In de finale voert de bas van pa de Mol de boventoon.

Wodka hier wodka daar
Moeder maakt een rendier klaar
Twee well done en een halfgaar
Had ik m'n nieuwe lever maar
Steeds uit voorraad leverbaar
Oh wat stinkt dat rendierhaar

De aftiteling gaat gepaard met gebeier van Kerstklokken.
De voiceover meldt dat we de von Trappjes gerust mogen vergeten nu The Smell of Myrrh met de familie de Mol binnenkort 'in een theater bij u in de buurt' staat.

Murk wordt wakker.
Hij ligt gewoon in bed
In de verte slaat de klok van de GodfriedBomanskathedraal.
Murk telt de slagen.
Twaalf.
Het is middernacht, het begin van tweede kerstdag.


Meer fragmenten uit Seizoensgebonden vindt u hier

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen