zondag 12 mei 2013

First Consort

Herbert Spencer Weiser is er bijna helemaal klaar voor.
Nog een paar minuten voordat zijn moment aanbreekt, een paar keer diep ademhalen en de stropdas wat strakker aanhalen.
Hij kijkt diep in de spiegel en spreekt zichzelf moed in.
“Je kan het!”
Hij werpt nog maar eens een blik op de portretten van zijn voorouders die hij als extra morele bewapening in zijn werkkamer heeft opgehangen.
“Hadden overgrootvader Eberhard en oudoom Adolphus toen ze emigreerden zich ooit kunnen bedenken dat een van hun nazaten zo ver zou komen?”
“Toch maar goed dat ik die studie heb afgemaakt.”
“Anders was ik misschien schrijver of dichter geworden.”
“En was ik nog steeds het zwarte schaap van de familie geweest en zou het bedrijf waarschijnlijk niet meer bestaan.”
Eat your heart out, Heineken!”
“Dan had ik in plaats van het volk in ferme oneliners toe te spreken nu in lange fraaie volzinnen zitten te beschrijven hoe de armoe me kwelde.”
De the Star-Spangled Banner beltoon overstemt zijn hardop uitgesproken gedachten.
Weiser pakt zijn BlackBerry, leest het korte tekst-boodschapje en vraagt zich af wat hij op “Bud zie ik je snel weer eens?” zal gaan antwoorden.
“Voorlopig beter even van niet?”
Of er toch gewoon helemaal maar niet op reageren?
Een klop op de deur onderbreekt zijn overpeinzing.
“Mevrouw de President, het is zo ver!”
Weiser loopt naar de deur, betreedt de gang, pakt de hand, knijpt er in, en fluistert zacht in het oor van de voormalige miss-Missouri.
“Kimberly here we go!”




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen