maandag 28 november 2011

het meest beslissende moment uit mijn leven

Het meest beslissende moment uit mijn leven is ongetwijfeld de dag dat ik schrijver werd.
Na een lange periode waarin ik aan harddrugs en alcohol verslaafd ben geweest besloot ik een novelle over het leven van het groepje alcohol verslaafden dat op een bankje voor de Krijtberg aan de Singel in Amsterdam waar ik toen nog deel van uitmaakte te gaan schrijven.
Ik vroeg een man die voor het kantoor van zakenblad Quote een sigaret stond te roken of hij misschien een stuk papier voor me had, hij kwam terug met een notitieblok en daar heb ik de eerste zinnen op genoteerd.
Toen ik hem een paar weken later de eerste hoofdstukken mailde reageerde hij met de mededeling dat als ik zo door zou gaan hij me wel zou kunnen helpen bij het vinden van een uitgever.
Het enthousiasme van die Quote-redacteur, Joost van Kleef, afgestudeerd in de Nederlandse Letteren gaf me genoeg moed om door te gaan.
Inmiddels is de novelle uitgegroeid tot een roman van meer dan vierhonderd pagina's.
Hierin wordt het leven van Murk Hemelsoet, inwoner van de hoofdstad van het fictieve land Gedogia beschreven.
Het is het resultaat van de literaire reis van een auteur die hij zich aan zijn eigen haren uit het moeras der verslaving heeft getrokken.
Ik ben nu bezig het laatste gedeelte van Seizoensgebonden te voltooien en eerdere stukken te herschrijven.
De bijgevoegde tekst is een zeer verkorte versie van een gedeelte van het eerste hoofdstuk.
Het is de eerste keer dat ik aan een verhalenwedstrijd mee doe en het was een behoorlijke uitdaging om aan de limiet van vijfhonderd woorden te voldoen, maar het is dus gelukt.


Het is een dag om nooit te vergeten, zo'n dag waar je wel eens over hebt gelezen, maar waarvan je dacht dat niemand hem ooit echt zou meemaken.
Op het bankje voor de Vondelkerk aan de Vondelgracht zitten twee Homo Ludens Alcoholica, te dikke mannen van middelbare leeftijd te praten.
Karel Nooitgedacht en Murk Hemelsoet zijn dronkenlappen, al aardig dronken dronkenlappen.
Ze worden geflankeerd door twee aangebroken halve literblikken met bij daklozen zeer in trek zijnd bier, samen met de aan weerszijden geplaatste vuilnisbakken waaruit al flink wat geleegde exemplaren van hetzelfde merk puilen vormen zij een fraai symmetrisch plaatje in de junizon.
De Vondelkerk staat in het centrum van Louloenen aan den Doolaard, hoofdstad van het koninkrijk Gedogia, gelegen op de plek waar de Noordervliet in de Doolaard stroomt.
Karel en Murk zijn blij dat ze in het land leven waar het voor ruifvreters mogelijk is om de hele dag met een biertje met behoud van uitkering in de zon te kunnen zitten.
Murk proost.
‘Leve het hedonisme!’
Karel valt hem bij.
‘Het leven is waard geleefd te worden.'
‘Ik zou er eigenlijk eens een boek over moeten gaan schrijven,’ verkondigt Murk, ‘het zit allemaal al in mijn hoofd en het hoeft er alleen nog maar uit’.
‘Dat lijkt me een grote uitdaging’ meent Karel te moeten antwoorden.
Murk draaft door met zijn betoog.
‘En dan zou ik twee hoofdpersonen kunnen scheppen, beide gebaseerd op mijn persoon.'
Karel probeert de geestdrift van zijn vriend te beteugelen.
'Ja je ego is er groot genoeg voor, eigen ego eerst!’
Murk vervolgt: ‘en het is lekker gemakkelijk, dan kan ik die twee gebruiken voor een paar intelligente dialogen.'
Karel boert luid.
‘Wat een vondst!'
Het gesprek wordt ruw onderbroken door de komst van Harry Spaan die plotseling achter hen is opgedoken en hard ‘politie, heeft u iets waar uw naam op staat’ roept.
Harry heeft altijd dezelfde rotgeintjes, terwijl hij toch degene is die de meeste boetes voor het drinken van bier op plekken waar het verboden is heeft opgelopen.
Het bier is op, Harry heeft ook dorst, wel het geld, maar niet de mogelijkheid om het te gaan halen omdat hij bij de naburige supermarkt een toegangsverbod heeft opgelopen.
'Murk, je moet even bier gaan halen.'
Murk drinkt zijn blik leeg, pakt de hand vol geld aan en gaat op weg naar de JanCampert.
Bij het zakenblad op de hoek van het Brederoplein staan mannen te roken.
Murk bietst een peuk en vraagt of een van de heren wellicht een stuk papier heeft om zijn megalomane plan om zijn leven te boekstaven vorm te kunnen geven.
Met het notitieblok dat de redacteur voor hem is gaan halen en vers bier om zichzelf en zijn vrienden te laven keert Murk op zijn schreden terug.
Hij drinkt nog een biertje, maar moet dan afscheid nemen om zijn boek te gaan schrijven.
Karel blijft achter omdat het levensverhaal van de anderen toch ook verder gaat.

Meer fragmenten uit Seizoensgebonden vindt u hier


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen