dinsdag 14 juni 2011

Schrijfdorst I

Bloemlezing van gedichten die inmiddels voor het boek Seizoensgebonden zijn gebruikt.


Inleiding Seizoensgebonden
Ik heb de druiven van het leven geplukt
De waan van alle dag
Ik perste ze uit tot klare wijn
En destilleerde ze tot een verhaal

Hoofdstuk 15 de Zomer van Levi Leipheimer

Gedicht Groots op Gedogogia
Ons kleine nikker, sorry kikkerlandje
Waar de Gedogiaan niet bestaat
Een driekwart Duitse op de euro staat
Waar je in de file staat
Zelfs als je naar het stadstrand gaat
Met ijzeren Rita recht door zee
Ga zo door ijzeren Rita, roest in vree
Van Geert en Geert
Waar niemand meer iets leer
Mak staakt uw wild geraas
Wilders staakt uw maf gedaas
Land van Coke en zuipie
Quotezakken die mafiamaatjes aanpakken
Omvallende banken en gevulde zakken
Van onwijsheden en roemrucht verleden
Waar de beesten worden aanbeden
Van ongecontroleerd gedoogbeleid
Tot bandeloze COC mentaliteit
Gouden kooien, achterkamer
Burgertrutten, voorzittershamers
Boerenlullen die buiten lui rondhangen
Die de politie dan mag vangen

Epiloog de Zomer van Levi Leipheimer

Het is bijna herfst
Het water van de Vondelgracht stroomt
soms naar links
Soms naar rechts
Als een trage horizontale waterval
De zomer lost op in het niets
De bomen hebben er weer een jaarring bij

Hoofdstuk 3 Herfstval
Een nieuwe herfst
Een vertrouwd geluid
Ik heb het wel gehad
Met Rita Verdonk
Ik zet haar uit

Hoofdstuk 4 Herfstval
Karel heeft een gedicht geToonHermanst

Je hebt iemand nodig,
Stil en oprecht
Die als je in zeven sloten tegelijk loopt
Nog dagen naar je dregt

Hoofdstuk 7 Herfstval
God is hot
God is hot
Godgloeiende
GodGodGodGodGgodGodGodGodGod
God is hot

Hoofdstuk 14 Herfstval
Hardloper
Hij loopt hard
Zijn blik op oneindig
Het verstand op nul
Hij rent dement
Waar doet hij het voor
Het levert niks op

Razende bol
Het is zo druk in mij
Ik heb overal woorden voor
Mijn brein stormt maar door
Je kan er met je verstand niet bij

Hoofdstuk 2 Winterverleiding

Gedicht
De stad ligt nog steeds open
Het laatste gat is nog lang niet
Gedicht

Poeem opgedragen aan alle stratenmakers ter land, ter zee en in de lucht en alle harde werkers aan de zijlijn (Noord/Zuidlijn).

Hoofdstuk 5 Winterverleiding
Palindroom-gedicht van voor naar achter te lezen.

Uiteindelijk
Lijk
Einde
Uit

Hoofdstuk 7 Winterverleiding
Pastiche van de Dodenrit van Drs P.

We rijden op de prairie en we hebben veel plezier
Vancouver is nog ver maar we hebben plenty bier

De slee knerpt gesmeerd over de maagdelijke sneeuw
Wat ons betreft is dit toch wel de Kerstmis van de eeuw

Geen vuiltje aan de lucht want er is hier geen gevaar
Alleen wat vage vlekken, dat zijn d’ wilde coyotes maar
De rendieren blijven vers want het is hier koud genoeg
En over dertig mijlen is er gelukkig weer een kroeg

Er staan hier heel veel sparren we hebben weinig zicht
Maar gelukkig zijn onze rendieren wel keurig afgericht
Het eten is in orde alleen de pudding smaakt wat raar
Bij misselijkheid of diaree bel je dr Oetker maar

Wodka hier wodka daar
Moeder maakt een rendier klaar
Twee well done en een halfgaar
Had ik m`n nieuwe lever maar
Steeds uit voorraad leverbaar
Oh wat stinkt dat rendierhaar

Hoofdstuk 12 Winterverleiding

Soms gloort tussen wollige regels
Een straaltje poëzie
Dan dwarrelt er een light verse op hem neer
De kleine dronken dichter waant zich dan een groot poëet
En vindt hij alles even mooi wat hij verzint
Het is maar goed dat hij het heeft opgeschreven
Omdat hij het anders morgens niet meer weet

Hoofdstuk 13 Winterverleiding
Pastiche van (You're a) Devil in disguise van Elvis Presley

Eartha
Je bent zacht als een engel
Als je over m`n tong glijdt
Scherp als een klapschaats
Die in m`n huig snijdt
Je bent de duvel in m`n glas,
Ja raar maar waar


Hoofdstuk 23 Winterverleiding

Ziet moeder de limonade aan voor rode wijn
Dan is ‘t leven in blessuretijd mogelijk toch nog fijn
In de man die uit de lift komt herkent zij haar zoon
Maar als zij opzij blikt zit die daar ook gewoon
In haar oude leven had moeder er slechts een
Maar als ze nu in elke man haar zoon ziet
Voelt ze zich tenminste minder vaak alleen

Epiloog Winterverleiding
Het is bijna lente
Het water van Noordervliet en Doolaard is gesmolten
En stroomt weer ongeremd uit in zee
De resten winter verwaaien
Door nieuwe winden uit oude hoeken

Hoofdstuk 3 Lentebal

Hier aanwezig te zijn 
Of niet te zijn
Dat was de vraag
Maar nu kunnen we tenminste zeggen 
Dat we er zijn geweest

Het vlees der alcoholistische poëten is zwak
Maar wel goed gemarineerd

De oppassende globaliserende wereldburger
Blijft op de plaats rust
Veilig thuis is men beter af
Dan op straat overreden
Door een pizzacoureur
Wees maar doorsnee
Beter laf dan maf

Hoofdstuk 5 Lentebal

Crisistijdgenoten
Het kraakt in alle voegen van de consumptiemaatschappij
De financiële malaise gaat ook niet aan onze neus voorbij
De crisiskniesers krijgen meer en meer gelijk
Met armoe zaaien word je geen koning te rijk
En er komen elke maand minstens duizenden werkelozen bij

En of je nu eerst het zoet krijgt en dan later weer het zuur
Je spaarvarken omkeert of opbakt het vreten blijft even duur
Al bent u de held op het kinderbijslagveld
Zowel uw dagen als geld zijn reeds geteld
Of je nou alle dagen gourmettraitreurt of eet bij een frituur

Al worden al onze pensioenen jarenlang diep bevroren
En zijn alle spaartegoeden in IJsland voorgoed verloren
Je kan nog op je lauweren rusten
Na het botvieren van je rauwe lusten
En nog steeds worden daar vele kinderen uit geboren

Het is nog altijd business as usaual in menig volle shoppingmall
Overheden eisen voortdurend voor alles een onbegrensde tol
Banken vallen al leg je tot je 67e krom.
Wie crepeert komt toch nooit meer weerom.
Vier vannacht het leven en houdt morgen fier de haarpijn vol

Aandeel-lease-verliezer, hypotheek-aftrekker
Top- of tob-bestuurders, aanrecht-subsidie-idioten
Rammel niet met de voeten, speel niet met je kloten
De wereld draait door al heb je ff geen cent te makken
Het kabinet regeert al zet geen stijl iedereen te kakken
De volvet-proleet vult nog steeds al zijn diepe zakken
Je mag roken voor de kroeg
Voedsel-banken zijn er genoeg
Tegenwoordig zijn we allemaal crisistijd-genoten

Hoofdstuk 8 Lentebal
Geïnspireerd door Zing vecht, huil, bid lach werk en bewonder van Ramses Shaffy:
N.B. Geschreven voordat Ramses Shaffy het tijdelijk bestaan op aarde voor het eeuwige leven in eenieders gedachte inwisselde.

Blijf niet denken aan je onvoltooide boek
Schrijf door en voeg dan alle delen samen
Voor degene die uit een onverwachte hoek
Je vertelt dat alles toch wel moet betamen

Sta niet stil bij alles wat nog niet goed is
Schrijf over de meiden achter de ramen
Voor degene die dacht dat hij alleen was
Je laat hen weten,'t maken doe je samen.

Al staat je het bierschuim tot de lippen
Schrijf alles op wat het hart dicteert
Laat het woord je toch niet ontglippen
Je zal zien dat wal het schip wel keert

Neem de sprong naar de nabije toekomst
Schrijf naar de mond praat recht in de ogen
Voor degene die achteraf dan zijn bekomst
Je ontvangt en je wel zal moeten gedogen

Al heb je dan een tijdje niets geschreven
Schrijf wat moet en rijm alles tezamen
Voor degene die niet weten hoe ze moeten leven
Je lessen nu zullen ze later wel beamen

Drink, leef, rook, neuk, lach, schrijf en bedonder

Hoofdstuk 16 Lentebal
'Deze gedichten heb ik tijdens de cursus Beeldend schrijven geschreven, de eerste twee draag ik op aan de vrouw die mij daar les gaf, mijn Surinaamse muze der poëzie, Marcia'.

Beeldend schrijven
Gedichten groeien in mijn gedachten
Als de uit pure chocola geschapen
Lorelei der poëzie haar lokroep
Over de kale rotsen van de onontgonnen leerling galmt
Zij houdt mij bij de eerste les

Overspelig woordenspel
De neurotische linguist gaat vreemd met taal
Speelt overspel met woordspelingen
Germaant den Duitser
Spietst Engels aan zijn pen
Taalt met Scandi's
Voert taalstrijd met Belgen
Parleert met Fransen
Babelt met Iraki
Srenang tongt met Suri's
Hablowt met Pablo's

Vibraties
Koortsachtig schrijven
Trillende haartjes in de long
Stoten de lucht naar buiten
In een rauwe kuch
Het hoofd gevuld met muziek
Good vibrations
Huiverende herfst
Bibberende blaren
Geen weer voor Beach boys

Dichtbui
Er hangt een poëtische bui
Ergens boven mij
Die gaat wel weer over
Ik trek wel weer bij

Spoordicht
De bomen zijn gesloten
De treinen rijmen zich aaneen
Wacht u tot het rode licht gedoofd is
Wellicht heeft de poëet
Nog een laatste woord

Goede voornemens
Een nieuwe lente
Een nieuw besluit
Twee ons groente
Drie stuks fruit

Narrigheden
De nar maakt de meest harde grappen
Lakeien grinniken zacht
Te luid gelach wordt beloond onthoofd
De koning ligt te rusten
De nar slaapt met de mooiste vrouwen

Oermenselijk gedicht
Sla de Kaninevaten aan
We hebben wat te Batavieren



Meer gedichten vindt U hier


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen